zondag 18 september 2016

Eland van Lykele Muus

ElandEland by Lykele Muus
My rating: 4 of 5 stars

"Om niet verdrietig te zijn, moest je dus geen geheimen hebben."

Daniel leert al op jonge leeftijd dat het niet verstandig is om geheimen te hebben, omdat het alle betrokkenen verdrietig maakt. Tegelijkertijd weet Daniel, door de tijd die hij in de bibliotheek van zijn moeder doorbrengt met het lezen van de daar beschikbare boeken, dat mensen "die boeken maakten, konden tenminste verzinnen, liegen en opschrijven wat ze maar wilden. Als Daniel dat nou ook eens zou kunnen, dan werd het een stuk makkelijker om in het echt géén geheimen te hebben."

Zorgen dat je geen geheimen hebt, is niet hetzelfde als altijd en overal de waarheid vertellen, maar het komt er dichtbij en het is beslist niet makkelijk om altijd maar een open boek te zijn. Toch slaagt Daniel er heel behoorlijk in om zich aan zijn voornemen te houden. Anderen, zoals zijn vader en moeder die denken dat geheimen aangevuld met stilzwijgen uit schaamte voor of piëteit met anderen uiteindelijk het beste is voor iedereen, merken op den duur dat dat niet zo is.
Toch lijkt niemand daarvan te leren en heeft vrijwel iedereen rond Daniel iets te verbergen. Dat dat voor soms tragische misverstanden en ruzies zorgt, is onvermijdelijk. Zo is Daniel ervan overtuigd dat zijn vriend Rens boos op hem is omdat Jasmijn, het meisje waar Rens verliefd op is, contact met Daniel heeft gezocht omdat ze Daniel leuk(er) vindt. Daniel biecht dat direct op aan Rens en meldt daarbij dat hij ook verliefd op haar is. Maar Rens is niet boos. Niet op Daniel en niet op Jasmijn. Er is een andere reden dat Rens zich heeft teruggetrokken. Een reden die hij verborgen heeft gehouden voor Daniel. Uit schaamte.

Daniels observaties worden gepresenteerd in de vorm van korte hoofdstukken, die worden afgewisseld door de belevenissen van het echtpaar Goetmakers en een enkele keer door de observaties van anderen, zoals zijn vader. De heer Goetmakers heeft baby Daniel geopereerd, nadat deze van de ontwikkelvloeistof had gedronken in het fotoschuurtje van zijn vader. Dat is de eerste keer dat zij elkaar ontmoeten, maar er volgen meer ontmoetingen, waarvan de laatste ontmoeting als gevolg van - natuurlijk - een geheim nogal heftig verloopt. De al behoorlijk op leeftijd zijnde Goetmakers en zijn jongere vrouw Leonoor zijn dol op elkaar en zijn in staat om alles wat er in hun hoofd opkomt te realiseren:

"Dokter Goetmakers had plannen. Er was al een tijdje niets meer aan het huis veranderd. Hij zou de schuur verbreden. Er kon eigenlijk ook nog wel een carport bij, vond hij.
'Mij best, maar dan wil ik een facelift.'

De - vaak korte - hoofdstukken waarin de Goetmakers gevolgd worden, zijn heerlijke, spitsvondige, bijna maar net niet karikaturale inkijkjes in een zorgeloos lijkend leventje dat op den duur toch ook zo zijn problemen en probleempjes oplevert.

Lykele Muus heeft een geweldig fijn, leesbaar en onderhoudend debuut geschreven, waar - als ik de deelnemers van de leesclub mag geloven en waarom zou ik dat niet mogen? - iedereen van kan genieten. Of je nu van thrillers of fantasy of feel good of literaire romans houdt, Eland zorgt ervoor dat je van Daniel gaat houden. En van broertje Pepijn, oppas Winnie, vader Leon, vriend Rens en om enorm de pest te krijgen aan een enkele naarling(e). Wat is het toch heerlijk als je zo kunt liegen en bedriegen!

View all my reviews

woensdag 14 september 2016

De tien schrijvers van Laura Witte van Pasi Ilmari Jääskeläinen

De tien schrijvers van Laura WitteDe tien schrijvers van Laura Witte by Pasi Ilmari Jääskeläinen
My rating: 4 of 5 stars

De intrigerende aanbeveling ‘Voor lezers van Donna Tartts De verborgen geschiedenis met een vleugje Twin Peaks’ die op de achterkant van De tien schrijvers van Laura Witte staat, is enigszins begrijpelijk, maar zet je toch op het verkeerde been. Het dorpje Haazenrugge, waar het verhaal van Ella Amanda Milana zich afspeelt, heeft in de verte wel wat van Twin Peaks, maar de overeenkomsten met het boek van Tartt zijn te oppervlakkig om juist te zijn. Dat geeft niets, zolang je kunt vergeten dat dat beloofd is en je je wilt overgeven aan het eigenaardige verhaal van de tien schrijvers waaruit het genootschap van Laura Witte ooit bestond.

Pasi Ilmari Jääskeläinen (1966) maakt al op de eerste pagina duidelijk geen rechttoe rechtaan realistisch verhaal te willen vertellen: "Eerst was de lezeres verbaasd, en vervolgens beledigd, toen een misdadiger met de naam Raskolnikov ineens midden op straat voor haar ogen werd vermoord. Sonja, de goedhartige prostituee, schoot hem in het hart. Het gebeurde halverwege een opstel over een klassieker van Dostojevski.

De naam van de lezeres was Ella Amanda Milana. Ze was zesentwintig jaar oud en bezat onder andere fraai glooiende lippen en defecte eierstokken."

De leerling door wiens opstel Ella zo beledigd is, overhandigt haar zijn uit de bibliotheek geleende boek, opdat "Mevrouw de invalkracht" daarmee zelf kan controleren dat de plot is zoals hij het beschreven heeft. Ella bladert het boek door en constateert dat de leerling inderdaad heeft beschreven wat er in deze Misdaad en straf gebeurt. Ze neemt het boek mee naar de lokale bibliotheek, waar blijkt dat de Ingrid Katter, bibliothecaresse én schrijfster én lid van het Literair Genootschap van Haazenrugge, niet verbaasd is. Zij weet precies wat er aan de hand is, maar is niet direct genegen dat aan Ella uit te leggen.

Dat boeken in Haazenrugge regelmatig spontaan van plot veranderen is slechts een van de vele mysteries waarmee de bewoners van Haazenrugge moeten leven. Wat te denken van al die verschillende soorten geesten in de tuinen, vijvers, meren en bossen? Waarom lopen al hun honden weg en verzamelt een groot deel daarvan zich bij het huis van Martti Winter, een ander, enigszins gezet, lid van het Literair Genootschap? Hoe is het mogelijk dat Laura Witte in het niets verdwijnt, ten overstaan van een grote menigte feestvierders? En waarom moet dat uitgerekend gebeuren op het moment dat Ella zich mag aansluiten bij dat selecte, door Laura Witte uitverkoren, groepje schrijvers van het Literair Genootschap? Waarom heeft Laura Witte zo lang gewacht met het invullen van de tiende plek in het genootschap? En wat is er eigenlijk gebeurd met het oorspronkelijke tiende lid van het genootschap, de zo talentvolle, maar wat vreemde Oskar Zuidersparre?

Aan mysteries geen gebrek, aan ontrafelingen daarvan wel. Accepteer Haazenrugge en zijn inwoners zoals het is, verwonder je nergens over, ga vol mee in het spelen van Het spel dat door de leden van het genootschap 'gespeeld' wordt en geniet vooral van het spel dat Jääskeläinen met jou, de lezer, speelt. De tien schrijvers van Laura Witte weigert zich in één (genre)hokje te laten duwen, omdat het onder meer zowel magisch realistisch elementen, als thrillerelementen in de vorm van verdwijningen en - wellicht - een moord bevat. Dat is echter allemaal bijzaak. De tien schrijvers van Laura Witte is vooral een verhaal over schrijven en schrijvers, over de wijze waarop mensen, en vooral schrijvers, met elkaar omgaan, over inspiratie, en over de wijze waarop fantasie en werkelijkheid elkaar beïnvloeden. Nee, Jääskeläinen is geen Tartt, en ook geen David Lynch of Mark Frost. Jääskeläinen is Jääskeläinen en dat is meer dan genoeg.

Gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

zondag 14 augustus 2016

Saints at the River van Ron Rash

Saints at the RiverSaints at the River by Ron Rash
My rating: 5 of 5 stars

Het was Serena, Ron Rash' vierde boek, waardoor ik in 2009 kennismaakte met deze volstrekt unieke, poëtische stem uit een deel van de VS waar ik tot dan toe weinig of niets over had gelezen. Zijn filosofische houthakkers zal ik nooit en te nimmer vergeten, net als de wijze waarop het leven in de bergen wordt beschreven. Dat laatste is nog duidelijker en vooral beklemmender in de andere boeken die ik van hem las: The Cove, One Foot in Eden en de verhalenbundel Nothing Gold Can Stay: Stories.
Saints at the river is zijn tweede boek en vertoont alle kenmerken van een Ron Rashverhaal: bergbewoners, natuur, bedreiging van diezelfde natuur, mensen met tegengestelde belangen, en ingewikkelde familierelaties. Zelfs de 'cougar' uit Serena komt misschien voorbij.

Het verhaal is ogenschijnlijk simpel: Ruth, de dochter van een familie die een dagje in Tamassee doorbrengt, verdrinkt in de wilde rivier. Haar lichaam komt niet meer boven water, omdat het vastgeklemd zit onder een rotsblok. De ouders van Ruth willen het lichaam van hun dochter uit de rivier bevrijden, maar daarvoor moet er een tijdelijke dam in de rivier worden geplaatst omdat het anders te gevaarlijk is voor de duikers. Dat mag niet, omdat de rivier valt onder de Wild and Scenic Rivers Act valt. Daar laten de ouders van het meisje het echter niet bij zitten. Pers, politiek, politie, de dorpsbewoners, de natuurbeschermers, zakenmensen.. iedereen raakt erbij betrokken en ieder om zijn/haar eigen redenen.
Via de ogen en oren van Maggie Glenn, die niet meer in het dorp woont maar daar wel geboren en getogen is, worden de gebeurtenissen gevolgd. Ze is door de krant waar ze werkt als persfotograaf naar Tamassee gestuurd, samen met de bekende journalist, Allen Hemphill. Hun artikel in de krant en dan met name Maggies foto hebben een enorme invloed op de beslissingen die genomen worden en de gebeurtenissen die als gevolg daarvan plaatsvinden.

Saints at the river is een schitterend verteld verhaal, dat je direct op de eerste bladzijde onderdompelt en je pas op de laatste bladzijde weer lucht geeft. Zet Johnny Cash op als achtergrondmuziek en je komt nooit meer boven...




View all my reviews

dinsdag 2 augustus 2016

Regentonvariaties van Jan Wagner

RegentonvariatiesRegentonvariaties by Jan Wagner
My rating: 5 of 5 stars

Lees onderstaande tekst, hardop, eventueel fluisterend, let goed op, laat de tekst op je inwerken en zie, voel wat er geschreven staat:

licht ik het deksel,
kijk ik in het enorme
oog van de merel.

*

onder de vlierboom
achter het huis - kalm en koel
als een zenmeester.

*

leek op een kachel
in negatief, walmde niet,
slikte de wolken.

*

klokte slechts even
als je hem kwaad een trap gaf,
gaf echter niets prijs.

*

Jan Wagner schrijft graag over 'banale voorwerpen' vertelt de vertaalster Ria van Hengel in het nawoord. Hij schrijft niet rechtstreeks over grote thema's als liefde, vrijheid of dood, omdat gedichten daarover vaak te abstract blijven, maar hij schuwt die thema's niet en ze spelen in vrijwel elk gedicht een rol. Zoals in spijker:

amper in de muur was hij het midden,
ijlde zijn radius
over de tuinen, de velden, de kippen-
hokken, bietenkuilen, bedden radijs

De spijker wordt steeds belangrijker, van hoeden tot schilderijen hangen eraan, maar uiteindelijk raakt de spijker, net zoals dat voor de meesten van ons geldt, in de vergetelheid. En dat terwijl hij zo blijft glanzen,

dat men erop zou kunnen navigeren
in het donker, en voor oude zeevaarders een troost.

Regentonvariaties bevat naast gedichten over zeer alledaagse voorwerpen, ook gedichten gewijd aan mythen of mythische figuren. Een prachtig voorbeeld daarvan is centaurblues waarin de vergetelheid wederom een rol speelt, maar de centaur in tegenstelling tot de spijker geen troost belooft.

wij hebben helden vergiftigd, prinsen beleerd,
hebben helden vergiftigd, vat na vat begeerd,
en toch was alles ergens steeds verkeerd.

waar houdt het paard op, waar begint de ruiter?
wie weet of hij een paard is of een ruiter?
iets stopte, iets bleef galopperen, snuivend.

de moeder die ons grootbracht was een wolk,
totdat door de velden die donkere wolk
onder onze benen kwam aangerold,

wij, bedwelmd door de roof, met dampende vacht,
lawaai in de bossen, nu dampt er geen vacht,
klept er geen hoef meer, en schril is de nacht.

maar sta je bij de stroom, zoek in het neveldons
naar de vertrouwde schimmen, houd rekening met ons.

De ode aan de bibliotheken in deel II is een ode aan de verbrande bibliotheek van Alexandrië, aan de nog immer in leven zijnde bibliotheken in Parijs, New York, het Vaticaan en de schitterende British Library, maar ook aan Wagners eigen stadsbibliotheek, waar:

[...] de man die mij van meet af aan
opviel, die er altijd was, die stiekem blad na blad

de boeken opvrat, moest vechten met geesten,
tot het moment kwam dat men hem verbande,
matteo, ik zie hem voor me als was het gister,
die hoogstens wat gebaarde en gromde,
maar nooit iets zei, misschien omdat hij niet wilde,
of omdat hij niet kon, of omdat hij allang brandde.

Een gedicht dat stil maakt, dat gedachten aan oorlogen oproept en aan gruwelijkheden die doorstaan zijn maar hun verwoestende werk in de mens doorzetten, aan allesvernietigend vuur, en aan de dood. Zo tovert Jan Wagner schrijvend over alledaagse voorwerpen, mythische dieren, plaatsen, planten en bomen niet slechts het beeld van die spijker, centaur, bibliotheek of morielje voor ogen, maar geeft je ruimte en tijd om stil te staan bij al het mooie en lelijke, verdrietige en troostende, levende en doodse, angstige en geborgene, liefdevolle en gewelddadige dat deze wereld te bieden heeft.

in de herfst eivol,
liep hij uit in honderden
zwarte naaktslakken.

*

wat in mijn hoofd bleef,
omlijst door de cirkelrand:
dat medaillon 'rat'.

*

een laatste druppel
van de boom, in stilte, stil
de bevende gong.

*

piekeren, peinzen;
dan 's winters de verlichting
gelijk een schijf ijs.

Zo eindigt het gedicht, Regentonvariaties, waarmee deze recensie begon. Het leven aanschouwen en overpeinzen door observaties van, in dit geval, een banale regenton is precies wat de poëzie van Wagner onvergetelijk maakt. Het is aan de eenvoudig ogende, maar krachtige vertaling van Ria van Hengel te danken dat wij, in Nederland, van deze poëtische alledaagsheid kunnen meegenieten.

Gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

zondag 31 juli 2016

Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz

Olijven moet je leren lezenOlijven moet je leren lezen by Ellen Deckwitz
My rating: 5 of 5 stars

"Vijftig procent van mijn verwekkers is docent Nederlands, waardoor ik de neiging heb om op middelbare scholen reclame te maken voor de Dichtkunst. Dan laat ik de minderjarigen een gedicht lezen en vraag vervolgens wat het betekent. 'Duh,' zegt dan de leerling met een bril, 'een gedicht kan álles betekenen.' De hele klas knikt mee, terwijl ik een kort moment verlang naar de herinvoering van het Spaanse riet."

Zo begint Ellen Deckwitz het tiende hoofdstuk in Olijven moet je leren lezen, waarin ze vervolgens uitlegt waarom een gedicht niet alles kán betekenen. Ze doet dat aan de hand van onderstaand gedicht:

CHARLIE

Als ik in Parijs ben en de roep hoor
van de gier,
zelfs dan wou ik dat ik in Parijs was.

E.D., zeer vrij naar Bashõ

Nee, natuurlijk kan dit gedicht niet (van) alles betekenen, want als je zo vlak na elkaar zinnen leest waarin Charlie, Parijs en gier voorkomen dan zou het vreemd zijn als je daarbij niet aan de aanslag op de samenstellers van Charlie Hebdo denkt. Weet, of begrijp je dan alles van dit gedicht? Nee, want je weet niet wie dit verzucht. Of zegt? Of denkt? Of opleest? Deckwitz gebruikt het tweede gedicht, een haiku, dat hieronder staat, om duidelijk te maken dat een gedicht ook prachtig kan zijn, zonder dat je alles oppikt.

Zelfs in Kyoto,
wanneer de koekoek roept,
mis ik Kyoto.

Bashõ (1644-1694)

Prachtig toch? En dan weet je waarschijnlijk niet eens dat de koekoeksroep in Japan een metafoor is voor de naderende zomer, of dat het de doden kunnen zijn die je hoort roepen naar hun nog levende geliefden. Maar - zo veronderstelt Deckwitz terecht - zelfs voordat je dit weet over de koekoeksroep weet je al dat deze haiku weemoed verbeeldt. Het gaat zelfs nog verder, want nu je deze haiku hebt gelezen, is de kans groot dat je Charlie nog weer anders leest.

Op deze, vaak zeer vermakelijke wijze, met veel tot de verbeelding sprekende voorbeelden, laat Deckwitz je ervaren dat poëzie lekker kan zijn, dat je sommige dichters en hun gedichten misschien moet leren lezen, en anderen nooit zult appreciëren, maar dat je niet dood gaat aan het proeven. Ze zegt het als volgt: "Misschien is poëzie niets voor je, maar dat weet je pas als je haar een kans hebt gegeven, want laten wel wezen, hoe wist je vroeger dat olijven te eten waren? Of dat een biertje wel lekker kon zijn? Door het gewoon te proberen. Ook gedichten kun je leren eten."
In 23 kleine hoofdstukken vertelt Deckwitz onder andere hoe je erachter kunt komen of poëzie iets voor je is, waarom er zoveel wit in gedichten zit, of vertaalde poëzie de moeite waard is, waarom er tegenwoordig zo weinig gedichten rijmen, waar je moet beginnen met het lezen van poëzie, hoe een gedicht ontstaat, of de Nederlandse poëzie werkelijk een tranendal is en wat je nou eigenlijk aan poëzie hebt. In al die hoofdstukken heeft ze waardevolle tips voor verder lezen opgenomen, zoals werk van dichters als Frank Koenegracht, Esther Jansma, Tomas Tranströmer, Emily Dickinson, Nyk de Vries, Vicky Francken, Charles Bukowski, Florence Tonk, Adonis, Antjie Krog en essaybundels en tijdschriften over poëzie. Ze geeft zelfs, in hoofdstuk 17, leestips voor slechte poëzie!

Olijven moet je leren lezen is een geweldige, vermakelijke en daardoor zeer besmettelijke cursus Genieten van Poëzie, die je helpt uit te vinden of en zo ja, van welke dichters je (nu) houdt. Knoop daarbij dan vooral deze laatste tip van Deckwitz in de oren:

"Bewaar de dagen waar je niets van snapt (prachtige regel overigens) en lees die een jaar later weer."

Gerecenseerd voor Hebban.nl.

View all my reviews

Heb lief van Lars van der Werf

Heb liefHeb lief by Lars van der Werf
My rating: 3 of 5 stars




Wintermaanschijnsel
door de takken van
de bomen, nachten
met de maan zijn
slapeloze dromen

Heb lief! stond er vorig jaar boven de recensie van Versjes van Lars, omdat alle versjes in dat boekje daartoe leken op te roepen en nu is er de nieuwe versjesbundel van Lars van der Werf met als titel: Heb lief. De titel is passend, natuurlijk, want net als in zijn vorige versjesboek zijn alle versjes gewijd aan deze opdracht. Dat wil absoluut niet zeggen dat dit een bundel vol zoete, lieve rijmelarijen is, maar het bevat net zomin hermetische gedichten met vierdubbele bodems die zich slechts aan sommige kenners openbaren of gedichten vol doem, donderwolken en drama.

Bovenstaand versje is een goed voorbeeld van de gedichtjes die in Heb lief te vinden zijn. Het is slechts één zin, maar om te vatten wat er staat moet je die zin toch twee of drie keer lezen. Bij iedereen zal de zin andere gevoelens en beelden oproepen, maar het is onvoorstelbaar dat het niets losmaakt. Dat geldt voor deze slapeloos dromerige toestand van dit versje, maar dat geldt ook voor

Ik kan pas
vrij zijn als
het allerzwaarste
aan me vliegt en 
ik zie dat zwaar
ook licht is soms
en schijn bedriegt

Het is weer slechts één zin, maar dan wel een dat op speelse en simpele wijze een levensmotto verwoordt. Voor jezelf, maar misschien wel voor die vriend, of vriendin die het nu zo moeilijk heeft en door zo'n versje ineens snapt wat hem of haar zo teneerdrukt.

Niet alle versjes zijn zo kort, wel passen ze allemaal op één pagina omdat het lettertype kleiner wordt, naarmate er meer regels op een pagina staat. Het langste gedicht staat bijna helemaal achterin in zulke kleine typemachinelettertjes dat het nog maar net past.

Zoveel zaken vind ik stom, zoals
kernreactoren die ontploffen en 
een clusterbom of een heel klein
zwembadje met twaalf orka's en 
een dolfijn die kunstjes moet 
erin en in zoveel dingen heb ik
geen zin, zoals formulieren
invullen, m'n spullen inpakken
of belasting doen, verjaardagen
[...]

De opsomming is nog lang niet ten einde, er worden nog veel meer dingen en gebeurtenissen opgesomd waar vrijwel iedereen van vindt dat ze heel stom zijn. Het zou echter geen versje van Lars zijn als het daarbij zou blijven, want na die lijst van oerstomme dingen in de wereld eindigt hij met

Maar als ik met jou in de zon een
ijsje zit te eten, ben ik het
allemaal al lang weer vergeten.

Dat is lief, dat is liefhebben, maar dat is misschien ook wel wat naïef. Dat kan best, zegt Lars,

Maar geloof me, van naïeve
dromen, zijn de allermooiste
dingen gekomen.

Gerecenseerd voor Hebban.nl.

View all my reviews

maandag 4 juli 2016

Denk als een kunstenaar van Will Gompertz

Denk als een kunstenaarDenk als een kunstenaar by Will Gompertz
My rating: 2 of 5 stars

In de inleiding belooft Will Gompertz te pogen het antwoord op drie vragen te geven, die hij inleidt door over de balletdansers Ninette De Valois en sir Frederick Ashton het volgende te schrijven:

""Bovenmenselìjk waren ze niet. Ze waren even zwak en onzeker als iedereen. Maar ze hadden het element ontdekt - in hun geval de dans - dat hun verbeeldingskracht voedde. Daarmee benutten ze de bovenmenselijke gave van de creativiteit die we allemaal delen."

De alinea wordt afgesloten met: "Maar hoe hadden ze die gevonden? Hoe hielden ze die in stand? En wat kunnen ze ons leren?". Als iemand zo'n expliciete belofte doet, dan wil ik hem daar graag aan houden. Het vervelende (én het fijne!) van een boek is dat je de schrijver uit moet laten praten en praten en praten, zonder dat je iets kunt vragen, want ik had graag willen vragen aan Gompertz: "Bedoel je dat je me gaat uitleggen hoe van Gogh het schilderen (de verf?, de kwast?) , hoe Ossip Zadkine het brons (of Rotterdam?), hoe Vivian Maier het fototoestel (of 'Urban America'?), hoe Dante Alighieri het hiernamaals (of het rijm?) heeft gevonden waarmee hij/zij hun creativiteit benutten?
Deze vraag beantwoordt Gompertz niet of nauwelijks, want geen van de kunstenaars die hij behandelt, besluit doelgericht op zoek te gaan naar een die ene speciale kunstuiting die hun creativiteit ten volle benut. Het is maar wat er beschikbaar is, waar en wanneer je geboren bent en waar je mee in aanraking komt of kunt komen. Rembrandt kon aardig schilderen, maar wie weet was hij nu wel een nog veel betere ontwerper van online games of graphic novels geweest? Verder dan "(onder)zoek en gij zult iets vinden" komt Gompertz niet. Niet verbazingwekkend natuurlijk, want meer valt er niet over te zeggen.

Naar hoe dat 'iets', die 'bovenmenselijke gave van de creativiteit' in stand gehouden kan worden, leek mij nogal vanzelfsprekend: oefenen, oefenen, oefenen, oefenen en nieuwe dingen uitproberen, uitdagingen zoeken om er een beetje de sjeu in te houden en vooral veel en hard werken. We hebben tenslotte allemaal wel eens hard moeten werken om een vaardigheid onder de knie te krijgen. Dat is dan ook precies wat Gompertz aantoont.

Nieuwsgieriger was ik naar de derde vraag: "Wat zouden de kunstenaars ons kunnen leren?" Als iedereen over de gave creativiteit beschikt, dan is het in ieder geval niet dát wat ons scheidt. En dat Gompertz dat werkelijk meent blijkt niet alleen uit bovenstaande quote, want eerder in de inleiding vertelt hij al:

"Creatief zijn we allemaal. Het verschil is dat zij [de kunstenaars] er richting aan hebben gegeven, een afzetgebied gevonden hebben en een manier om hun talenten ‘aan de man’ te brengen."

Gompertz bespreekt diverse kunstenaars, maar het is jammer - en ook logisch gezien deze quote - dat hij zich beperkt tot de kunstenaars die beroemd (en rijk) zijn (geworden). Dat riekt naar survivor bias, zoals dat ook bij verhalen over succesvolle ondernemers het geval is. Waarbij het de vraag is of een ondernemer die geen miljarden verdient, maar er wel van kan leven niet net zo goed succesvol is. Bovendien kun je je afvragen of een fotograaf die kan leven van het maken van bruidsrapportages niet ook een succesvolle kunstenaar is. En is een onderwijzer(es) die er op een originele manier in slaagt om keer op keer de kinderen het principe van worteltrekken bij te brengen, niet ook een kunsta(a)r(es)? Het lijkt er soms op of Gompertz dat wel bedoelt, maar het boek is zo warrig qua opzet én qua terminologie, dat er veel te raden overblijft.
Gompertz begint elk hoofdstuk vol goede moed een tip of leefregel uit te werken, maar verdwaalt telkens weer opnieuw door zijn eigen enthousiasme. Hij vertelt fantastisch over het leven en werken van kunstenaars, daar is niets mis mee, maar dat is niet wat hij aan het begin van dit boek beloofde.

Gelezen voor de leesclub van dit boek op Hebban.

View all my reviews